Vogel
Zwartkeelvechtkwartel
Zwartkeelvechtkwartel
Turnix suscitator
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwartkeelvechtkwartel behoort tot het geslacht Turnix binnen de familie van Vechtkwartels (Turnicidae).
Deze kleine vogel komt voor van India tot Zuidoost-Azi�, waaronder de Filippijnen en Indonesi�. Hij leeft vooral in open gebieden zoals graslanden, droge struikgewassen, lichte bossen en landbouwvelden, maar vermijdt dichte bossen en woestijnen. De vogel is bodembewonend en voedt zich met zaden en kleine ongewervelden. Hij nestelt op de grond, vaak verborgen in dichte vegetatie, en het mannetje broedt de eieren uit. Het gedrag is meestal solitair of in paren, en de vogel is goed aangepast aan warme, droge omgevingen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Vechtkwartels (Turnicidae)
- Bird Genus
- Turnix
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Vechtkwartels
Vechtkwartels zijn kleine, schuwe grondvogels uit tropische en subtropische gebieden, bekend om hun bijzondere rolverdeling waarbij de vrouwtjes dominant zijn en de mannetjes broeden. Ze leven verborgen in graslanden en foerageren op insecten en zaden. In de avicultuur vragen Vechtkwartels om rustige, laag ingerichte verblijven met droge bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf (15–25 m² per koppel); grasrijke bodem met open plekken; binnenverblijf ± 1,5–2 m² per vogel, droog en stil.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 18–30 °C; bij < 12–15 °C verwarmd binnenhok; droge bodem en beschutting tegen wind.
- Sociaal: per koppel of kleine groep; vrouwtjes dominant; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving essentieel.
- Voeding: insecten, larven, zaden en granen; kwartelvoer met extra dierlijk eiwit; voer op de grond aanbieden; altijd vers water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; prikkelarm verblijf noodzakelijk; broednest op de grond tussen lage vegetatie; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne zwarte vlekken. De kop is donkerder met een lichte wenkbrauwstreep. De borst is lichtbruin met subtiele bandering. De buik is bleker, bijna wit, zonder markeringen. De vleugels tonen een mix van bruine en zwarte veren met lichte randen. De snavel is kort en grijsachtig van kleur. De poten zijn geelachtig en slank.
Vrouw:
De vrouw heeft een rijker gekleurd verenkleed dan de man, met een diepere kastanjebruine tint. De kop is opvallend met een contrasterende lichte keel. De borst is donkerder met duidelijke zwarte vlekken. De buik is lichtbruin met een subtiele glans. De vleugels hebben bredere lichte randen dan die van de man. De snavel is iets langer en donkerder. De poten zijn stevig en lichtgeel.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine tint. De kop is minder contrasterend, met een vage wenkbrauwstreep. De borst is lichtbruin met onduidelijke vlekken. De buik is egaal lichtgrijs zonder opvallende markeringen. De vleugels zijn donkerder met smalle lichte randen. De snavel is kort en bleekgrijs. De poten zijn lichtgrijs en dunner dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de rug en kop.