Vogel
Zwartkopmeeuw
Zwartkopmeeuw
Larus melanocephalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwartkopmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
Deze witte meeuw met een opvallende zwarte kop buiten het broedseizoen is de afgelopen decennia sterk in verspreiding toegenomen: van oorspronkelijk de Zwarte Zee en oostelijk Middellandse Zeegebied broedt hij nu in grote delen van Europa, ook in Nederland, Belgi� en het Verenigd Koninkrijk. Hij nestelt in kolonies, vooral in moerassen, rietvelden en op eilanden in meren, vaak tussen kokmeeuwen. Het is een alleseter die leeft van vis, insecten, wormen, eieren en afval, en buiten het broedseizoen trekt hij naar kustgebieden aan de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. In de winter verzamelt hij zich op graslanden nabij het strand en is hij sociaal, zowel bij het foerageren als tijdens slaapplaatsen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallende zwarte kop met een glanzende uitstraling. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere kop. De vleugels zijn lichtgrijs met witte uiteinden, die een subtiele glans vertonen. De rug is eveneens lichtgrijs, zonder opvallende markeringen. De snavel is rood met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn felrood en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een dunne, witte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbare zwarte kop, maar de glans is iets minder intens. De borst en buik zijn wit, met een iets zachtere overgang naar de grijze vleugels. De vleugels hebben witte uiteinden, maar de grijze kleur is iets doffer. De rug is lichtgrijs, zonder duidelijke patronen. De snavel is rood, maar iets slanker dan die van de man. De poten zijn rood, maar iets minder fel van kleur. De ogen zijn donker met een subtiele witte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtige kop met een vage, donkere tekening. De borst en buik zijn wit, met een lichte bruine waas. De vleugels zijn grijsbruin met witte uiteinden, die een versleten indruk geven. De rug is bruinachtig met een onregelmatige patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is donker met een lichtere basis. De poten zijn vleeskleurig met een ruwe textuur. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons. Ze hebben een donkere snavel en vleeskleurige poten.