Zwartmaskerboomkwartel

Colinus virginianus ridgwayi

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartmaskerboomkwartel behoort tot het geslacht Colinus binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

Deze vogel komt voor in het noorden van de Mexicaanse staat Sonora en gebieden in zuidelijk Arizona. Hij leeft in droge schrale struikgebieden en semi-desert habitats. Het is een schuwe grondbroeder die zich voedt met zaden, insecten en bessen en zich overdag in kleine groepen voortbeweegt.

Zwartmaskerboomkwartel
Northern Bobwhite (ridgwayi)
Schwarzmaskenwachtel
Colin de Virginie (ridgwayi)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Colinus

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort is opgenomen in Bijlage X van de Europese Verordening, een lijst met soorten waarvoor uitzonderingen gelden binnen de EU. 

De soort is wereldwijd opgenomen op CITES appendix I, maar wordt zó veelvuldig gefokt binnen de Europese Unie, dat het niet aannemelijk is dat er handel in wildgevangen exemplaren plaatsvindt van deze soort. Dit betekent dat voor deze vogelsoort een uitzondering geldt voor verplichtingen binnen de Europese Unie: 

  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een merkteken (pootring) NIET verplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is er geen administratieplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een overdrachtsverklaring of herkomstverklaring NIET verplicht.

Voor internationale handel, invoer en uitvoer gelden wel strikte regels.

Man:
De man heeft een opvallend helder wit gezicht met een zwarte keelvlek. De kruin en nek zijn kastanjebruin met subtiele zwarte strepen. De borst is lichtbruin met een fijne, donkere bandering. De vleugels tonen een mengeling van bruin en zwart met lichte randen. De rug is donkerbruin met een lichte, gevlekte tekening. De snavel is kort en zwart, passend bij de donkere oogring. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met een beige gezicht en een bruine keel. De kruin en nek zijn lichtbruin met een fijne, donkere streep. De borst is crèmekleurig met een subtiele, donkere bandering. De vleugels zijn bruin met lichtere randen en een zachte tekening. De rug is lichtbruin met een vage, gevlekte tekening. De snavel is kort en grijs, met een lichte oogring. De poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een lichtere keel en borst. De kruin en nek zijn donkerbruin met een fijne, lichte streep. De vleugels zijn bruin met een lichte rand en een vage tekening. De rug is donkerbruin met een subtiele, gevlekte tekening. De snavel is kort en grijsachtig, met een onopvallende oogring. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De verenkleedkleuren zijn minder contrastrijk dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de ogen en rug.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 241
  • Tijdschrift 246