Zwartnekarassari

Pteroglossus aracari

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartnekarassari behoort tot het geslacht Pteroglossus binnen de familie van Toekans (Ramphastidae).

Deze kleurrijke vogel komt voor in de tropische bossen van noordoostelijk en oostelijk Zuid-Amerika, waaronder Brazili� en de Guiana�s. Hij leeft voornamelijk in boomrijke gebieden en voedt zich vooral met fruit. De vogel is sociaal, vaak in kleine groepen, en broedt in hoge boomholtes. Zijn korte vleugels maken hem geen sterke vlieger.

Zwartnekarassari
Black-necked Aracari
Schwarzkehlarassari
Ara�ari grigri

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Toekans (Ramphastidae)
Bird Genus
Pteroglossus

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Toekans

Toekans zijn opvallende, boomlevende vogels uit de tropische bossen van Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven voornamelijk van fruit, aangevuld met insecten, en brengen het grootste deel van hun tijd door in de boomkruinen. In de avicultuur vragen Toekans om hoge, ruim ingerichte verblijven, een warm en stabiel klimaat en een zorgvuldig samengesteld, ijzerarm dieet. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: hoog buitenverblijf met takken en beplanting (30–40 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3–4 m; binnenverblijf ± 3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
  • Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–30 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen kou en regen.
  • Sociaal: sociaal; te houden per koppel of kleine groep; territoriaal rond nest tijdens broedperiode; rustige omgeving aanbevolen.
  • Voeding: fruitrijk, ijzerarm dieet; speciaal toekanvoer; aanvullen met insecten; dagelijkse verversing van fruit en water noodzakelijk.
  • Overig: nestkast of holte op hoogte; dagelijkse hygiëne essentieel; regelmatige gezondheidscontrole; rustige ligging bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek, die sterk contrasteren met de felgele borst. De rug en vleugels zijn donkergroen met een subtiele metaalachtige glans. De buik is helder rood met een scherpe overgang naar de gele borst. De snavel is groot en gebogen, met een opvallende zwart-witte tekening. De iris is helder geel, wat een scherp contrast vormt met de donkere kop. De poten zijn grijsblauw en hebben een gladde textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De borst is iets doffer geel, en de rode buik heeft een minder scherpe overgang. De snavel is iets kleiner en heeft een subtielere zwart-witte tekening. De iris is ook geel, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn eveneens grijsblauw, maar met een iets ruwere structuur. De vleugels en rug behouden dezelfde donkergroene kleur als bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer matte zwarte kop en nek. De borst is bleekgeel en de buik heeft een minder intense rode kleur. De snavel is kleiner en minder gebogen, met een onopvallende zwart-witte tekening. De iris is grijsachtig, wat minder contrast biedt met de kop. De poten zijn lichter grijs en hebben een zachtere textuur. De vleugels en rug zijn dof olijfgroen zonder metaalachtige glans.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsachtige donsveren. De snavel is kort en egaal grijs.