Zwartvleugelduif

Metriopelia melanoptera

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartvleugelduif behoort tot het geslacht Metriopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze vogelsoort komt voor in Zuid-Amerika, van Colombia tot zuidelijk Chili en Argentinië, en leeft vooral in grasrijke gebieden rond bosranden op hoogtes tussen 900 en 4900 meter. Hij rust vaak in Polylepis-bossen en Puya-kolonies en is aangepast aan het leven in bergachtige streken, met rustige roepgeluiden en een voorkeur voor lagere gebieden in de winter.

Zwartvleugelduif
Black-winged ground dove
Kordillerentäubchen
Colombe à ailes noires

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Metriopelia

Ringmaat

Man 4.5 mm Vrouw 4.5 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een kleine, compacte duif van circa 18-20 cm lengte, goed herkenbaar aan de contrasterende vleugeltekening. De kop en nek zijn lichtgrijs, de keel vuilwit. De borst is zacht rozerood, de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn grijsbruin, maar de slagpennen en grote dekveren zijn diepzwart, waardoor een opvallend zwart 'vleugelschild' zichtbaar is, vooral in vlucht. De staart is middellang, donkergrijs in het midden met lichtere buitenste pennen en een fijne, bleke eindband. De snavel is zwart, de poten rood, en de iris oranjerood, vaak met een bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is iets kleiner en doffer van kleur. De borst is bleker roze en de vleugeltekening minder contrastrijk. De zwarte vleugelpartijen zijn vaak bruinzwart. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin. De borst is vaalbruin zonder roze zweem, de buik vuilwit. De vleugels tonen brede, lichtere randen waardoor een geschubd effect ontstaat, terwijl de zwarte vleugelvelden nog ontbreken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. De karakteristieke contrasterende vleugeltekening verschijnt pas na de eerste rui.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen eerst uniforme bruine veren; de contrasterende zwarte vleugelvelden ontwikkelen zich later.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 185
  • Tijdschrift 236